Site icoon Thaesis

Onderwijstrends

Thaesis doet continu trendonderzoek naar de meest relevante trends in de educatieve sector. Deze trends maken via onze interactieve tool TRNDR onderdeel uit van de Strategiekamer, de accumulatie van bewezen methodieken en aanpakken van ons adviesbureau. Trendonderzoek is van grote waarde bij scenarioplanning. Door mogelijke toekomsten te voorzien, erop te anticiperen en er vervolgens sneller op te kunnen reageren wordt de strategische besluitvorming binnen organisaties beter. Onze opdrachtgevers leren zo beter omgaan met onzekerheden.

Ontdek de 100 meest relevante onderwijstrends.

100 meest relevante onderwijstrends

(Digitaal) burgerschapHet belang van digitaal burgerschap neemt toe. Mede door de digitalisering van de samenleving krijgen vaardigheden als mediawijsheid, digitale geletterdheid en computational thinking een steeds prominentere plek in het curriculum. Aandacht voor digitaal burgerschap draagt bij aan het actief, vaardig en weerbaar leren bewegen in de digitale wereld.
(Digitale) leermiddelenchaosDe ruime keuzevrijheid in digitale leermiddelen heeft geleid tot een divers, maar soms onoverzichtelijk aanbod in lesmateriaal. Niet alle materialen sluiten aan bij de visie of behoeften van een school, wat de effectiviteit van het onderwijs kan beperken. Het blijft een uitdaging om digitale tools en leermaterialen beter te stroomlijnen, zodat ze bijdragen aan een samenhangende leerervaring.
(Sociale) veiligheid onder drukEr is een toenemende maatschappelijke behoefte aan meer (sociale) veiligheid. Mede door (seksuele) intimidatie, (digitaal) pestgedrag en een toename in wapen- en drugsgebruik onder jongeren, wordt de roep om versterking van sociale veiligheid sterker. Onderwijsinstellingen zetten nadrukkelijker in op monitoring, voorlichting en gedragscodes.
Aandacht voor brede ontwikkelingBinnen en buiten het onderwijs groeit de aandacht voor brede ontwikkeling, met focus op zelfsturing, zelfontplooiing en ontwikkeling van identiteit. Scholen besteden meer aandacht aan sociaal-emotioneel leren en persoonlijke groei. Dit vraagt onderwijsinstellingen om extracurriculaire activiteiten te organiseren, keuzemogelijkheden te vergroten en inspraak te versterken.
Aandacht voor duurzaamheidIn het onderwijs krijgt het thema duurzaamheid steeds meer aandacht. Dit is niet alleen terug te zien in het verduurzamen van gebouwen, maar ook in het curriculum, school- en personeelsbeleid krijgt het thema een plek. Aandacht voor duurzaamheid leidt tot het bijbrengen van een maatschappelijk verantwoordelijkheidsbesef en vergroot de toekomstbestendigheid van het onderwijs.
Aandacht voor pedagogisch klimaatOnderwijsinstellingen hebben steeds meer oog voor het pedagogisch klimaat. Het bevorderen van de school- én thuissituatie van leerlingen of studenten stimuleert dat zij zich (op eigen initiatief) durven te ontwikkelen. Een veilig pedagogisch klimaat draagt bij aan het welbevinden van het individu en uiteindelijk ook aan de prestaties in de klas.
Aandacht voor welzijnEr is steeds meer aandacht voor de mentale druk die jongeren ervaren en de impact daarvan op hun welzijn. Scholen en andere instellingen spelen een cruciale pedagogische rol door prestatiedruk bespreekbaar te maken, ondersteuning te bieden en studiekeuzes te begeleiden. Zo bevorderen ze mentale veerkracht en helpen ze jongeren omgaan met stress en hoge verwachtingen.
Aanpakken van de prestatiekloofEr is meer aandacht voor het verkleinen van de prestatiekloof. Kinderen van hoogopgeleide ouders presteren vaak beter dan die van laagopgeleide ouders, mede door sociaal-economische status, opvoeding en achtergrond. Om deze ongelijkheid te verminderen, worden vaker beleidsmaatregelen en gerichte ondersteuning ingezet om achter-standen in basisvaardigheden te verkleinen.
Actieve leeromgevingenTraditionele klaslokalen maken vaker plaats voor actieve en dynamische leeromgevingen. Hiermee biedt het onderwijs ruimte voor verschillende leerstijlen, samenwerking, experimenten en wordt actieve deelname aan het onderwijs aangemoedigd. Dit biedt mogelijkheden, maar doet ook een groter beroep op de vaardigheden van een onderwijsprofessional, zoals creativiteit en flexibiliteit.
Afhankelijkheid techplatformenOnderwijsinstellingen lopen het risico om als gevolg van de digitalisering afhankelijker te worden van grote techplatformen zoals Google en Microsoft. Als tegenbeweging werken scholen steeds meer samen, waar-door zij een onderhandelingspositie hebben tegenover grote techbedrijven. Dit stelt hen in staat eisen te stellen op het gebied van dataverwerking, privacy en kostenbesparing.
Afnemende motivatieNederlandse leerlingen en studenten zijn minder gemotiveerd dan voorgaande generaties en leeftijdsgenoten in andere landen. Een gebrek aan persoonlijke begeleiding door het lerarentekort en de toenemende afleiding door social media spelen hierbij een grote rol. Dit maakt het voor veel jongeren moeilijk om hun focus en betrokkenheid bij het onderwijs vast te houden.
Beperkte innovatiekrachtDe veelal technologische triggers voor innovatie leiden in het onderwijs sporadisch dan wel vertraagd tot radicale vernieuwing. De voornaamste oorzaken hiervan zijn het gebrek aan een gezamenlijke visie en ambitie vanuit besturen en managementteams, de verschillende attitudes ten opzichte van innovatie, en het gebrek aan tijd, middelen en mensen met de juiste competenties.
Beperkte toegang speciaal onderwijsDe toegankelijkheid van speciaal onderwijs staat onder druk door stijgende kosten, personeelstekorten en de beleidsfocus op inclusief onderwijs. Hierdoor belanden leerlingen vaker zonder de juiste begeleiding in reguliere klassen of opteren ouders voor dure particuliere alternatieven. Dit vergroot ongelijkheid en legt extra druk op gezinnen die zelf passend onderwijs moeten vinden.
Bestuurlijke schaalvergrotingScholen delen vaker een gemeenschappelijk bestuur dat een verantwoordelijkheid voor meerdere locaties heeft. De reden hiervoor is vaak de krimp in leerlingenaantallen per locatie. Als gevolg van deze schaalvergroting zullen scholen een betere gesprekspositie in kunnen nemen ten opzichte van de overheid en leveranciers.
Brede brugklassenSteeds meer scholen kiezen voor brede brugklassen, waarin leerlingen met verschillende niveaus langer samen leren, op hun eigen tempo. Dit bevordert kansengelijkheid, doorstroom en sociale cohesie, maar vraagt tegelijkertijd ook om meer maatwerk en differentiatie. Desondanks worden brede brugklassen gezien als een stap naar een flexibeler en inclusiever onderwijssysteem.
Bredere definitie goed onderwijsDe perceptie van wat goed onderwijs is, is aan het verschuiven. Waar voorheen de nadruk lag op kwalificatie, wordt tegenwoordig meer belang gehecht aan het vinden van een juiste balans tussen kwalificatie, socialisatie en persoonsvorming. Deze verschuiving draagt onder andere bij aan curriculumvernieuwingen en het invoeren van nieuwe manieren van formatief handelen en toetsen.
Complexere ondersteuningsbehoeftenHet aantal leerlingen met speciale ondersteuningsbehoeften groeit, waardoor maatwerk steeds vaker de norm wordt. Dit komt door onder andere door complexere problematiek en de effecten van maatschappelijke veranderingen, zoals de pandemie. Structurele aanpassingen zijn nodig om flexibele oplossingen en maatwerk op grote schaal mogelijk te maken.
Continue verbetercultuurOnderwijsinstellingen hanteren vaker een continue verbetercultuur, gericht op profes-sionalisering en ontwikkeling, waarin samen leren centraal staat. Deze cultuur verbetert eigentijds onderwijs, onderwijskwaliteit en stimuleert innovatie. Een sterke focus op continue organisatieontwikkeling maakt onderwijs flexibeler en weerbaarder (e.g. bij leerlingenkrimp of lerarentekort).
Dalende onderwijsbudgetten OCWHet onderwijsbudget van OCW (Onderwijs, Cultuur en Wetenschap) staat in Nederland onder structurele druk. Ondanks de groeiende vraag naar hoogwaardig onderwijs en de noodzaak om in te spelen op uitdagingen zoals lerarentekort, digitalisering en inclusie, dalen de beschikbare middelen per leerling relatief. Dit leidt tot zorgen over kwaliteit, toegankelijkheid en innovatiekracht.
Daling van leerlingaantallenEr worden gemiddeld steeds minder kinderen geboren, waardoor het aantal leerlingen de komende jaren af zal nemen. Vrijwel elk onderwijsniveau heeft hiermee te maken, met uitzondering van het wetenschappelijk onderwijs, waar sprake is van een lichte groei van het aantal studenten. De leerlingendaling heeft o.a. gevolgen voor de huisvesting en financiële positie van onderwijsinstellingen.
De stem van de leerlingLeerlingen worden vaker betrokken bij planvorming, waardoor zij een actieve stem krijgen in beslissingen die hen direct raken. Door leerlingen centraal te stellen in hun eigen ontwikkelpad wordt eigenaarschap en verantwoordelijkheid gestimuleerd. Dit vergroot ook betrokkenheid en draagt bij aan een leeromgeving waarin gedeelde verantwoordelijkheid centraal staat.
Dichting loonkloof onderwijsDe loonkloof tussen onderwijspersoneel in het primair en voortgezet onderwijs neemt af als gevolg van nieuwe regelgeving en salarisverhogingen in het primair onderwijs. Naar verwachting volgen er meer regelingen om het verschil in beloning tussen onderwijssectoren te verkleinen. Hiermee wordt het lerarenberoep aantrekkelijker gemaakt en wordt kansengelijkheid gestimuleerd.
Diversificatie onderwijsaanbodDe onderwijsomgeving verandert door o.a. digitalisering, flexibilisering en globalisering. Hierdoor wordt ook het onderwijsaanbod diverser. Dit geldt zowel voor de manier waarop onderwijs wordt aangeboden (e.g. deeltijd, modulair en hybride) als voor de diverse leerstrategieën die worden toegepast. Hierdoor verandert ook de rol van de onderwijsprofessionals.
Diversiteit in de klasDe diversiteit aan leerlingen en studenten in de klas neemt toe door o.a. migratie en een toename van leerlingen en studenten met speciale onderwijsbehoeften. Deze diversiteit stimuleert het omgaan met verschillende perspectieven en denkwijzen in de klas. Ook vraagt het om maatwerk van de onderwijsprofessionals, doordat de behoeften tussen verschillende groepen in het onderwijs kunnen verschillen.
DoelmatigheidsdilemmaHet doelmatigheidsdilemma draait om de vraag: wat is het doel van ons onderwijs en hoe maken we het effectief en betekenisvol? Door uitdagingen zoals kansenongelijkheid wordt deze discussie urgenter. Waar doel-matigheid traditioneel efficiëntie betekende, verschuift de focus naar onderwijs dat naast kennisoverdracht bijvoorbeeld ook persoonlijke ontwikkeling en burgerschap stimuleert.
Doorlopende leerlijnenIn een doorlopende leerlijn worden inhoud en leerdoelen in het leerproces op elkaar afgestemd, leidend naar een einddoel. Doorlopende leerlijnen vragen om nauwe afstemming tussen onderwijsinstellingen en onderwijsstromingen, zoals het vmbo en mbo. Ze zorgen voor een doelgerichter leerproces, een betere aansluiting op een volgende leerfase en leiden zelfs tot minder studieuitval.
Flexibilisering onderwijsOnderwijsinstellingen bieden vaker flexibel onderwijs, met keuzevrijheid in lessen, vakkenpakketten en roosters (e.g. flexroosters). Schoolgebouwen worden aangepast om moderne onderwijsvormen te ondersteunen, met open leeromgevingen en multifunctionele ruimtes. Dit maakt maatwerk mogelijk en speelt in op behoeften van leerlingen, studenten, ouders en professionals.
Focus op professionele ruimteProfessionele autonomie wordt steeds belangrijker in het onderwijs. Er vindt een verschuiving plaats naar meer vertrouwen in de expertise van professionals, en een vermindering van top-down sturing. Onderwijsinstellingen streven naar een balans tussen autonomie en verantwoording, waarbij professionals meer eigenaarschap krijgen in hun (werk)processen.
Focus op toekomstgerichte vaardighedenOnderwijsinstellingen focussen zich steeds meer op het ontwikkelen van toekomstgerichte vaardigheden voor deelname aan de voortdurend veranderende maatschappij en voorbereiding op de arbeidsmarkt. Naast kennisoverdracht draait het om competenties zoals creativiteit, kritisch denken, samenwerken, besluitvaardigheid en burgerschap.
Formatief handelenOnderwijsinstellingen maken vaker gebruik van formatief handelen, waarbij niet alleen toetsen centraal staan, maar ook dagelijkse interacties, gesprekken, observaties en feedback. De focus ligt hierbij op het verkrijgen van inzicht in de individuele ontwikkeling om het leerproces te optimaliseren. Formatief handelen kan een rol spelen bij het verkleinen van de kansenongelijkheid.
Gamifiede leeromgevingenGamification kan, mits goed ontworpen en afgestemd op de context, leren persoonlijker en effectiever maken. Door in te spelen op individuele behoeften en voorkeuren, vergroot een gamifiede leeromgeving de motivatie en betrokkenheid van leerlingen.
Gebrek aan bestuurlijke ambitieSchoolleidingen hanteren veelal een beheergerichte aanpak, waarbij de nadruk ligt op behoud en continuïteit in plaats van op ambitie, innovatie en verbetering. Hierdoor blijven noodzakelijke onderwijsvernieuwingen veelal achterwege. Tegelijkertijd groeit de behoefte aan strategisch leiderschap en een duidelijke langetermijnvisie binnen scholen.
Groei vroegtijdig schoolverlatersHet aantal vroegtijdig schoolverlaters en thuiszitters groeit, mede door motivatieproblemen, mentale druk en een veranderende arbeidsmarkt. Vooral kwetsbare groepen lopen een verhoogd risico om zonder diplo-ma het onderwijs te verlaten. Deze ontwikkeling onderstreept de noodzaak van extra ondersteuning, flexibele onderwijsroutes en samenwerking om uitval te voorkomen.
Groeiend lerarentekortHet tekort aan onderwijsprofessionals in verschillende lagen van het onderwijs blijft komende jaren groeien door de hoge uitstroom van pensioengerechtigden en een verminderde instroom van pas afgestudeerde onderwijsprofessionals. Doordat tekorten onevenredig verdeeld zijn in onderwijsregio’s, neemt de werkdruk toe en wordt kansenongelijkheid in het onderwijs vergroot.
Groeiende behoefte speciaal onderwijsHet aantal leerlingen in het speciaal onder-wijs blijft groeien, voornamelijk kinderen met ontwikkelingsstoornissen en lichamelijke of verstandelijke beperkingen. Dit komt ener-zijds door een toename in aanmeldingen en anderzijds doordat reguliere scholen, door het lerarentekort en volle klassen, vaak niet de benodigde expertise of middelen hebben om deze leerlingen goed te begeleiden.
Groeiende controledrangDe behoefte van de Inspectie om onderwijskwaliteit te meten en te borgen neemt toe, mede door achterblijvende basisvaardigheden van leerlingen. Dit gebeurt bijvoorbeeld via nieuwe steekproefsgewijze onderzoeken. Tegelijk verschuift de focus naar bestuursgericht toezicht en regionale overlegstructuren, wat schoolbesturen meer verantwoordelijkheid en druk oplegt.
Groter niveauverschil tussen scholenIn Nederland nemen verschillen in onderwijsprestaties tussen scholen toe, o.a. door uiteenlopende onderwijsbenaderingen en ondersteuningsmogelijkheden. Leerlingen van ouders met hogere inkomens of opleidingsniveaus profiteren vaker van aanvullen-de middelen. Dit resulteert in verschillen in scores op toetsen, examens en slagingspercentages, en vergroot de kansenongelijkheid.
Grotere rol lokaal bestuurVerantwoordelijkheden worden meer gedelegeerd van landelijk naar lokaal niveau. Voor onderwijsinstellingen betekent dit dat gemeenten en andere lokale partijen steeds belangrijkere samenwerkingspartners worden. Gemeenten werken niet alleen samen met het onderwijs in het kader van vastgoed, maar ook in toenemende mate voor de gezamenlijke maatschappelijke opgave.
Herwaardering beroepsonderwijsEr is een lichte herwaardering voor het beroepsonderwijs, met meer omscholing naar sectoren met tekorten aan praktisch geschoolden. Toch blijft er een overschot aan theoretisch geschoolden, mede door het imagoprobleem van het (v)mbo. De aandacht voor kwaliteitsborging groeit, en ‘laag-’ en ‘hoogopgeleid’ worden vaker vervangen door ‘praktisch’ en ‘theoretisch’ geschoolden.
Huisvestingstekort onder studentenDe instroom van studenten in het hoger onderwijs daalt, maar het huisvestingstekort blijft een urgent probleem. (Studenten)woningen zijn schaars, en dit tekort zal verder oplopen. Dit maakt huisvesting een belangrijk aandachtspunt binnen onze kenniseconomie, aangezien het vinden van een geschikte woning essentieel blijft voor de aantrekkelijkheid van studeren in Nederland.
Hybride en blended onderwijsBlended onderwijs richt zich op het combineren van offline en online leervormen, terwijl hybride onderwijs gaat over het vinden van een juiste mix tussen verschillende mogelijkheden van leren, offline óf online. Het toepassen van hybride en blended onderwijs vergroot de flexibiliteit in het onderwijs en kan een positief effect hebben op de leerresultaten van leerlingen en studenten.
Hybride onderwijsconstructiesSteeds vaker ontstaan hybride onderwijsconstructies over organisatiegrenzen heen, waarbij twee onderwijsvormen samenwerken om bredere onderwijsbehoeften beter te vervullen. Dit gebeurt tussen speciaal en regulier onderwijs, maar ook tussen vmbo en mbo. Deze hybride vormen bevorderen inclusief onderwijs dicht bij huis, met meer maatwerk voor alle leerlingen.
Iets of iemand anders voor de klasAls oplossing voor het oplopende lerarentekort en de hoge vacaturedichtheid in het primair en voortgezet onderwijs is er een toename van anders bevoegden voor de klas. Andere alternatieven zijn bijvoorbeeld YouTube-video’s of virtuele assistentie. Dit kan ertoe leiden dat de kwaliteit van onderwijs verder onder druk komt te staan.
Inclusiever onderwijsjargonEr is een merkbare verandering in de taal en beeldvorming rondom onderwijs, gericht op het bevorderen van gelijkwaardigheid. Er wordt bijvoorbeeld steeds vaker gesproken over ‘leerwegen’ in plaats van ‘niveaus’. Deze verschuiving draagt bij aan een inclusievere benadering en sluit aan bij de bredere maatschappelijke erkenning van gelijke kansen in het onderwijs.
Inclusiviteit als doelInclusie wordt steeds vaker gezien als een fundamenteel doel van het onderwijs, in plaats van een middel. Dit leidt tot een heroverweging van de onderwijsstructuur, met focus op een toegankelijke en ondersteunende leeromgeving voor alle leerlingen. De scheiding tussen regulier en speciaal onderwijs wordt verkleind, met als doel een geïntegreerd en inclusief onderwijssysteem.
Krimp instroom internationale studentenHet aantal internationale studenten in het hoger onderwijs daalt door strengere instroomregels en overheidsbeleid. Onderwijsinstellingen zoeken een balans tussen toegankelijkheid en beheersbare studentenaantallen, terwijl de financiële druk toeneemt. Dit vraagt om nieuwe strategieën om zowel de financiële stabiliteit van universiteiten als internationale samenwerking te waarborgen.
Kritische blik op onderwijsrendementDe focus op onderwijsrendement en meetbare prestaties staat ter discussie. Eenzijdige nadruk op cijfers vergroot prestatiedruk, stress en verarmt het onderwijs, waardoor creativiteit, ontwikkeling en welzijn van leerlingen lijden. Internationale rankings zoals PISA versterken deze druk, terwijl een holistische benadering nodig is om talent, motivatie en brede vaardigheden te stimuleren.
Leven lang ontwikkelenEr bestaat een groeiende maatschappelijke behoefte aan continue zelfontplooiing en een leven lang ontwikkelen (LLO), wat ook door de overheid wordt gezien als een essentieel onderdeel van het onderwijsbeleid. Het mbo wordt gezien als een cruciale partner in het realiseren van LLO-doelstellingen door vakmensen op te leiden en kansen te bieden, ongeacht achtergrond of leeftijd.
Meer vraag naar pedagogische kennisDe beweging naar passend onderwijs vereist meer pedagogische en didactische vaardigheden van leraren in de praktijk. Deze vaardigheden zijn belangrijk in de brede vorming van de leerling of student. De vraag naar breed opgeleide professionals met kennis over jeugdzorg en onderwijs groeit daarmee.
Mentale modellenOnderwijsvernieuwing stuit op weerstand door diepgewortelde denkpatronen over hoe onderwijs ‘hoort te zijn’. Veel professionals ervaren verandering als bedreigend, waardoor innovatie vertraagt of men terugvalt in oude gewoonten. Vernieuwing slaagt wanneer deze mentale modellen worden doorbroken met experimenten, succes-ervaringen en ruimte voor kritisch denken.
Meten van lerenBinnen het onderwijs groeit de aandacht voor manieren om leren beter in kaart te brengen. Naast traditionele evaluaties groeit de roep om alternatieve meetmethoden die het leerproces belichten, zoals portfolio’s, competentiegerichte beoordelingen en formatieve evaluaties. Deze bieden een breder perspectief op ontwikkeling, met meer focus op groei en vaardigheden dan op resultaten.
MicrocredentialsMicrocredentials valideren leerresultaten en maken onderwijs flexibeler. In het primair en voortgezet onderwijs richten ze zich op basisvaardigheden en soft skills zoals samenwerking en creatief denken. In het mbo certificeren ze vaktechnische vaardigheden, terwijl ze in het hoger onderwijs focussen op academische en technische competenties zoals codering en data-analyse.
Minder (vroeg) toetsenDe functie van toetsen in het onderwijs verschuift steeds meer van beoordelen naar ondersteunen. De Cito-toets is een doorstroomtoets geworden en formatief toetsen wint aan populariteit. Keuzemomenten worden vaker uitgesteld, waardoor kwalitatieve beoordelingen belangrijker worden voor een completer beeld van de ontwikkeling van leerlingen en studenten.
Onbenut potentieel leermiddelenDigitale leermiddelen kunnen de onderwijskwaliteit verbeteren, maar een complexe markt belemmert dit. Bestuurders missen tijd en expertise voor strategische inkoop, waardoor innovatie en maatwerk onbenut blijven. Bewust aanbesteden, samenwerking en flexibel contractmanagement helpen leermiddelen beter af te stemmen op het onderwijs en de positie in de keten te versterken.
Onderadvisering risicoleerlingenAchterstands- of risicoleerlingen worden vaker onderschat, wat kan resulteren in ondermaatsadvies voor het vervolgonderwijs, terwijl leerlingen met mondige ouders vaker doorstromen naar een hoger niveau. De adviseringsverschillen vergroten de kansongelijkheid. Een mogelijke oplossing is het aanpassen van de eindtoets en beoordelingscriteria in het basisonderwijs.
Ondernemerschap als leerdoelOnderwijs bereidt leerlingen en studenten voor op een snel veranderende wereld door naast vakken te focussen op toekomstgerichte vaardigheden zoals zelfredzaamheid, creativiteit, wendbaarheid en ondernemerschap. Deze vaardigheden helpen hen op de arbeidsmarkt en bij maatschappelijke veranderingen. Ondernemerschap wordt steeds vaker onderdeel van het curriculum.
Onderwijs aan nieuwkomersDoor migratiegolven groeit de vraag naar onderwijs voor nieuwkomers, zoals statushouders, asielzoekers(kinderen) en arbeidsmigranten. Zij stromen vaak halverwege in het schooljaar in, soms met achterstanden of trauma’s. Regionale samenwerking tussen scholen, opvangcentra en gemeenten is daarom cruciaal, bijvoorbeeld bij ISK-klassen voor Oekraïense kinderen.
Onderwijs als consumptiegoedOnderwijs wordt vaker als product gezien dat geconsumeerd wordt, waardoor de verwachting groeit dat onderwijsinstellingen hierin een grotere rol spelen. Dit creëert een spanningsveld tussen scholen en ouders. De ontwikkeling wordt gedreven door veranderende sociale structuren, economische druk, groeiende verwachtingen en de professionalisering van onderwijsinstellingen.
Onderwijs anders vormgevenAls antwoord op het landelijk lerarentekort wordt er veel geëxperimenteerd met manieren om het onderwijs anders vorm te geven. Hier wordt op school- en regionaal niveau nagedacht over manieren om andersbevoegden voor de klas te zetten en de contacttijd effectiever te gebruiken, bijvoorbeeld door meerdere klassen tegelijkertijd digitaal les te geven.
OnderwijsinfluencersDe populariteit van onderwijsinfluencers neemt toe. Steeds meer jongeren gebruiken educatieve content op sociale media als primaire bron om kennis tot zich te nemen. Een voorbeeld hiervan is bijvoorbeeld Khan-Academy op YouTube. Onderwijsinfluencers zijn voor veel leerlingen toegankelijk en sluiten beter aan bij hun belevingswereld dan de traditionele educatieve content.
Onderwijskwaliteit onder drukDe kwaliteit van het onderwijs staat onder druk. De onderwijsprestaties laten al jaren op rij in alle vakken een dalende trend zien. Dit is onder andere toe te schrijven aan het leraren- en schoolleiderstekort en het uitblijven van structurele investeringen om ambities te behalen. Als gevolg van de daling neemt de behoefte aan extra ondersteuning binnen en buiten de klas toe.
Oneerlijke ontwikkelkansenKinderen met gelijke capaciteiten krijgen niet altijd dezelfde kansen. Etniciteit, woonplaats, inkomen en opleidingsniveau van ouders beïnvloeden hun ontwikkelkansen en loopbaanmogelijkheden. Daarnaast kampen scholen met meer leerlingen uit lagere sociaal-economische achtergronden vaker met lerarentekorten, wat de onderwijskwaliteit verlaagt en kansenongelijkheid vergroot.
Opgelegde bestuurlijke drukteOnderwijsbesturen staan onder druk door verplichte deelname aan samenwerkings-verbanden, overlegstructuren en kennisnetwerken. Deze structuren zijn bedoeld om complexe uitdagingen, zoals passend onderwijs en lerarentekorten, gezamenlijk aan te pakken. Tegelijk vragen extra overleggen en administratie veel van besturen, die ook hun organisatie draaiende moeten houden.
Oplopend tekort aan schoolleidersHet aantal schoolleiders in het primair en voortgezet onderwijs neemt af. Het aantal vrouwelijke schoolleiders groeit daarentegen wel. Onderwijsinstellingen zetten steeds vaker nieuwe manieren in om schoolleiders te werven, bijvoorbeeld door het beschikbaar stellen van meer tijd en ruimte, het bieden van opleidingsmogelijkheden of het inrichten van duo-schoolleiderschap.
Praktijkgericht onderwijsHet aantal nieuwe leerwegen en onderwijs-stromen neemt toe. Voorbeelden zijn praktijkhavo’s en praktijkgerichte programma’s in het vmbo. Hier doen leerlingen relevante en praktische ervaring op in en buiten de school om de doorstroom naar (praktijkgericht) vervolgonderwijs of een baan te versoepelen. De nieuwe leerwegen spelen in op het groeiende tekort aan praktisch geschoolden.
PrestatiedrukLeerlingen en studenten kampen met hoge prestatiedruk en meer stress-gerelateerde dan vroeger. Volle lesweken, stages en bijbanen zorgen voor overbelasting, terwijl sociale media, huisvesting en financiële zorgen dit verergeren. Onderwijsinstellingen proberen stress te verminderen, bijvoorbeeld door het versoepelen van het bindend studieadvies of het stoppen met toekennen van cum laude diploma’s.
Roep om buurtonderwijsBuurtonderwijs is een innovatieve onderwijsvorm die buiten het traditionele klaslokaal treedt en de lokale omgeving als leerplek gebruikt. Het verbindt buurt, onderwijs en sport (BOS) en zet sterk in op buitenlessen. Deze aanpak richt zich op het verbeteren van leerprestaties, bevorderen van gezondheid, versterken van gemeenschapsbanden en ontwikkelen van praktische vaardigheden.
Roep om hervorming onderwijssysteemDe roep om hervorming van het onderwijssysteem neemt toe. Het huidige systeem kenmerkt zich door doorgeschoten differentiatie, waardoor jongeren uit verschillende sociale groepen elkaar niet meer vanzelfsprekend tegenkomen. Daarnaast ontbreekt het aan mogelijkheden voor permanente educatie, waardoor de behoefte aan het inrichten van een leven lang leren groeit.
Roep om vernieuwing lerarenopleidingDe lerarenopleiding staat onder druk door het lerarentekort, hoge werkdruk en uitval van starters. De praktijkgerichte aansluiting schiet tekort, terwijl digitalisering, gepersonaliseerd leren en inclusie nieuwe vaardigheden vereisen. Flexibele instroomroutes voor zij-instromers zijn cruciaal. Een toekomstbestendige opleiding vraagt om afstemming met actuele behoeften in het onderwijs.
Roldiversificatie onderwijsprofessionalOnderwijsprofessionals in het onderwijs zijn niet langer alleen (vak)experts die kennis overdragen, ze fungeren ook vaker als coach. Dit vraag om andere ondersteuning. De onderwijsprofessional als coach begeleidt of coacht leerlingen of studenten in hun leerproces, waarbij de focus ligt op het ontwikkelen van vaardigheden en het zelfsturend, reflecterend en competentiegericht leren.
Saaie schoolgebouwenVeel schoolgebouwen zijn verouderd en hebben renovatie nodig. Daarnaast zijn veel scholen niet ingericht als stimulerende leeromgeving, terwijl de infrastructuur ondersteunend zou moeten zijn aan het onderwijs. Dit beïnvloedt de leerprestaties van leerlingen. Renovatie vraagt om een flinke investering, maar het is vaak onduidelijk wie precies waarvoor verantwoordelijk is.
Scherpe profilering als noodzaakIn de educatieve sector komt profilering en specialisering bij onderwijsinstellingen in toenemende mate voor, bijvoorbeeld in regio’s waar sprake is van leerlingenkrimp. Scholen profileren zich bijvoorbeeld door het aanbieden van onderscheidend (extracurriculair) onderwijsaanbod (zoals technasia) of door bijvoorbeeld te handelen vanuit een specifieke onderwijsvisie (zoals Agora-onderwijs).
School als maatschappelijke spiegelVan scholen wordt verwacht dat zij een steeds grotere rol spelen bij het oplossen en aangaan van maatschappelijke uitdagingen. Zo wordt van scholen verwacht aandacht te hebben voor normen en waarden, burgerschap, diversiteit en inclusie, maar ook voor pestgedrag en het bevorderen van de fysieke en mentale gezondheid van leerlingen en studenten.
School als minimaatschappijEen school wordt vaker gezien als een mini-maatschappij waarin leerlingen leren samenleven en samenwerken. Hier ontwikkelen zij niet alleen cognitieve vaardigheden, maar ook sociale en emotionele competenties die essentieel zijn voor het functioneren in de samenleving. Deze visie benadrukt verantwoordelijkheid nemen, respect tonen en actief bij te dragen aan hun omgeving.
StagediscriminatieStudenten met een migratieachtergrond worden vaker gediscrimineerd bij het vinden van een stageplek dan studenten zonder migratieachtergrond. Dit is voornamelijk te zien in het mbo, maar ook in het hbo is deze trend zichtbaar. Daarnaast is er sprake van positieve discriminatie richting vrouwen in sectoren waar vrouwen in de minderheid zijn, zoals in de bouw en techniek.
Steeds meer netwerksamenwerkingOnderwijsinstellingen, overheden en organisaties werken steeds vaker samen rond sectoroverstijgende vraagstukken. Specialisten en studenten bundelen kennis en wisselen expertise uit, wat leidt tot structurele samenwerkingen, zoals tussen zorgopleidingen en onderwijsinstellingen. In deze netwerksamenwerking staat de ondersteuningsbehoefte van de leerling centraal.
Stimulerende leeromgevingenSteeds meer scholen richten hun gebouwen in als stimulerende, duurzame leeromgevingen. De inrichting en vormgeving van een school hebben direct invloed op het leerproces en welzijn van leerlingen. Een voorbeeld is de ‘Whole School Approach’, waarbij duurzaamheid in de school wordt geïntegreerd. Zo wordt naast kennisoverdracht ook ecologisch bewustzijn gestimuleerd.
Stimulering groeimindsetIn het onderwijs staat het stimuleren van een groeimindset vaker centraal. De focus ligt hierbij op het ontwikkelen van het leerproces, talenten, kwaliteiten, vaardigheden en persoonlijkheid. Het gebruiken van ontwikkelingsgerichte taal en het geven van complimenten draagt bij aan het stimuleren van een groeimindset en heeft een positief effect op gedrag en leermotivatie.
SubsidieconfettiOm de uitdagingen in het onderwijs, zoals het lerarentekort en kansenongelijkheid, effectief aan te pakken, is structurele financiering noodzakelijk. Eerdere financiële impulsen blijken vaak onvoldoende om blijvende verbeteringen te realiseren. Voor een duurzame versterking van het onderwijsstelsel is een langetermijnaanpak nodig, gericht op continuïteit en consistentie in investeringen.
Tekort beschikbare ontwikkeltijdOntwikkelingen zoals het lerarentekort, leerlingenkrimp en digitalisering vragen om vernieuwing van het onderwijs. Toch blijkt er een (gevoelsmatig) gebrek aan ontwikkeltijd, waardoor vernieuwing beperkt blijft. Oude denkpatronen en de druk van dagelijkse processen zorgen ervoor dat vrijgemaakte tijd vaak niet wordt benut voor ontwikkeling.
Telefoon uit de klasSteeds meer scholen beperken of verbieden het gebruik van mobiele telefoons in de klas, vanwege zorgen over afleiding en de impact op concentratie en leerprestaties. Het doel is een betere leeromgeving en meer sociale interactie tussen leerlingen. Dit kan leiden tot betere focus en resultaten, maar roept vragen op over handhaving en uitzonderingen voor educatief gebruik.
Toename aantal privéscholenHet aantal privéscholen in Nederland is de afgelopen jaren aanzienlijk toegenomen. Deze groei is waarneembaar in zowel het basis- als voortgezet onderwijs. Steeds meer ouders kiezen voor privéscholen vanwege de kleinere klassen, pedagogische visie of religieuze overtuigingen. Hiermee wordt ook de kansenongelijkheid en sociale tweedeling vergroot.
Toename asociaal gedragDe zorg over toenemend asociaal gedrag in het onderwijs groeit. Dit gedrag omvat respectloosheid, verstorend gedrag in de klas en een afname van empathie en sociale vaardigheden. Deze trend lijkt voort te komen uit maatschappelijke, technologische en persoonlijke factoren, wat scholen voor nieuwe uitdagingen stelt in het realiseren van een veilige en positieve leeromgeving.
Toename gepersonaliseerd onderwijsMet de groeiende behoefte aan maatwerk neemt ook het gepersonaliseerd onderwijs toe. Met dit type onderwijs volgt de structuur de leerling of student in plaats van andersom. Het leerproces, onderwijsaanbod en leertempo worden afgestemd op de talenten, mogelijkheden en leerstijl van het individu. Dit draagt positief bij aan de intrinsieke motivatie, leeropbrengsten en -resultaten.
Toename open leermateriaalOpen leermateriaal is onderwijsmateriaal dat vrij beschikbaar is voor gebruik, herziening, vertaling en verbetering. Open leermateriaal kan bijvoorbeeld worden gebruikt om bestaande lesmethodes te verrijken. Hiermee kunnen lessen actueler worden gemaakt, kan er beter worden ingespeeld op specifieke leerbehoeften en geeft het onderwijsprofessionals meer regie over hun onderwijs.
Toename samenwerking bedrijfslevenDe verbinding tussen het onderwijs en het bedrijfsleven wordt sterker. Deze samenwerking is onder andere gericht op een betere aansluiting van het onderwijs op de arbeidsmarkt en het stimuleren van praktijkgerichtonderzoek. Daarnaast wordt de samenwerking tussen het onderwijs en het bedrijfsleven gestimuleerd door verschillende programma’s vanuit de overheid.
Toename studentactivismeStudenten laten steeds vaker hun stem horen en tonen wereldwijd meer betrokkenheid bij sociale, politieke en milieukwesties. Thema’s zoals genderdiversiteit en klimaatverandering staan hoog op de agenda, terwijl conflicten en spanningen protesten versterken. Dankzij digitale platforms organiseren studenten zich sneller en maken ze lokaal én wereldwijd impact.
Toename vakoverstijgend werkenOnderwijsinstellingen experimenteren steeds vaker met vakoverstijgend werken. Dit heeft als doel het leren relevanter en praktischer te maken, efficiënter om te gaan met onderwijstijd en het onderwijs flexibeler in te richten. Op deze manier dragen zij bij aan het bevorderen van kritisch denken en betekenisvol leren in een steeds complexer wordende maatschappij.
Toename zij-instromersDe klassieke lerarenopleiding is niet langer de enige route naar een carrière in het onderwijs. Steeds meer alternatieve trajecten bieden (jonge) gemotiveerde professionals de kans om zich om te scholen tot onderwijsprofessional. Dit kan bijvoorbeeld via educatieve programma’s binnen de universiteit of directe instroom voor vakexperts in gebieden zonder specifieke lerarenopleiding.
Toenemende leerachterstandenEr zijn afgelopen jaren grote leerachterstanden ontstaan. Voornamelijk in basisvaardigheden lopen Nederlandse leerlingen achter op hun internationale leeftijdsgenoten. Dit komt deels door de nasleep van Covid-19, maar ook door negatieve gevolgen van digitalisering, en structurele problemen als kansenongelijkheid en lerarentekorten, wat de onderwijskwaliteit onder druk zet.
Uitbreiding portfolio hogescholenHogescholen breiden hun Associate De-grees (AD) en masterportfolio’s uit om de aansluiting met mbo en wo te verbeteren. Het aantal opleidingen neemt toe doordat AD’s tegenwoordig zelfstandig mogen opereren. Lectoraten versterken de verbinding met de beroepspraktijk via praktijkgericht onderzoek. Zo ontstaat een flexibeler onderwijssysteem met meer bewegingsvrijheid.
Uitgeversmarkt op z’n kopTraditionele educatieve uitgeverijen zijn steeds meer concurrentie gaan ondervinden van alternatieve platformen, zoals YouTube, AI-leertools en microlearning-apps. Jongeren kiezen zelf hoe, waar en van wie ze leren, waardoor het onderwijsaanbod versnipperd raakt en de kwaliteitscontrole afneemt. De verschuiving naar korte, interactieve content dwingt educatieve uitgevers tot vernieuwing.
Uitstel keuzemoment leerweg(Te) vroege selectie leidt tot ongelijke onderwijskansen, waardoor leerlingen met gelijke capaciteiten niet op dezelfde leerweg terecht komen. Steeds vaker worden er initiatieven opgezet om schooladviezen passend te maken en keuzemomenten voor vervolgopleiding uit te stellen. Denk aan tienerscholen en brede brugklassen, waar deze keuze soms tot drie jaar mag duren.
Uitstroom jonge docentenSteeds meer jonge leraren verlaten het onderwijs door hoge werkdruk, beperkte begeleiding en een kloof tussen opleiding en praktijk. Ook doorgroeikansen, salaris en emotionele belasting spelen mee. Er is groeiende vraag naar betere ondersteuning, minder werkdruk en meer carrièreperspectief om leraren te behouden en de onderwijskwaliteit te waarborgen.
Van eindtoets naar doorstroomtoetsSteeds meer basisscholen kiezen voor een doorstroomtoets in plaats van een eindtoets als controle op het voorlopige schooladvies. Deze toets beoordeelt taal- en rekenvaardigheden en biedt kinderen de kans hun potentieel te tonen. Hoewel de toets niet allesbepalend is, helpt hij een evenwichtiger schooladvies te geven en onbedoelde vooroordelen in de beoordeling te verminderen.
Van passend naar inclusief onderwijsDe verschuiving van passend onderwijs naar inclusief onderwijs vraagt om collectieve verantwoordelijkheid van scholen om leerlingen met en zonder ondersteuningsbehoeften samen in dezelfde school dicht bij huis een plek te bieden. Dit vraagt aanpassingen in infrastructuur, lesmateriaal en personeelsbeleid, en een bredere set aan kennis en vaardigheden van professionals.
Vercommercialisering onderwijsHet lerarentekort vergroot de vercommercialisering in het onderwijs. Steeds meer ZZP’ers geven les, terwijl tussenpartijen hoge provisies innen. Sommige leraren trekken weg uit het reguliere systeem door de financiële prikkel. Deze verborgen privatisering roept vragen op over het publieke karakter van scholen en de balans tussen commerciële belangen en onderwijskwaliteit.
Verstevigde grip van de overheidDe overheid probeert steeds meer grip te krijgen op de bestedingen in het onderwijs. Dit gebeurt onder andere door het instellen van subsidies en ondersteuningstrajecten, waaraan specifieke regels zijn gekoppeld. Om hier verandering in aan te brengen, wil de overheid een meer betrokken rol aannemen en de focus terugbrengen naar de klas als centraal punt.
Vicieuze cirkel van werkdrukOnderwijsprofessionals in alle onderwijsniveaus kampen met een hoge werkdruk, veroorzaakt door factoren zoals hoge taakeisen, personeelstekorten en administratieve lasten. Dit creëert een vicieuze cirkel: leraren ervaren vaker burn-outklachten en verlaten het onderwijs, waardoor de werkdruk voor de achterblijvende collega’s toeneemt.
Waardevermindering diploma’sWegens de snel veranderende maatschappij en de krapte op de huidige arbeidsmarkt hechten werkgevers steeds minder waarde aan cijfers, diploma’s en certificaten. Steeds vaker voeren vaardigheden de boventoon en hechten werkgevers belang aan hun eigen opleidings- en bijscholingstrajecten. Diploma’s verouderen en worden steeds vaker als een momentopname gezien.
Bron: Thaesis, 2025
Mobiele versie afsluiten